Kringlopen sluiten in de melkveesector met behulp van grasraffinage

Momenteel telt Nederland zo’n 16.000 melkveebedrijven en bijna 1 miljoen hectare grasland. Met name in het noorden van het land zijn de bedrijven extensiever en is het aandeel gras hoog in het rantsoen van melkvee. Dit komt ook omdat veel bedrijven alleen gras telen ten gevolge van de grondsoort of door wet en regelgeving vanuit de overheid of melkfabriek. De kunst is dan om het grasgewas zo efficiënt mogelijk in te zetten. Dit komt de kringlopen van nutriënten op het bedrijf ten goede en helpt vaak de kostprijs te drukken. Een overmaat aan gras op een bedrijf kan ten nadele werken op de benutting van de producten en daarmee de mineralenkringloop.

Grassa heeft een grasraffinageproces ontwikkeld waarbij gras opgesplitst wordt in verschillende producten, geschikt voor diverse doeleinden. Door gras op te splitsen in verschillende componenten, hebben deze samen een hogere waarde dan het oorspronkelijke gewas. Door de raffinage ontstaat er een vezelfractie en een sap fractie. De vezelfractie is geschikt als ruwvoer voor herkauwers. De sap fractie kan verder opgesplitst worden. De producten die hierbij ontstaan zijn geschikt voor diverse doeleinden. De eiwitfractie is uitermate geschikt als eiwitbron in (vee)voeding. Deze eiwitfractie kan bijvoorbeeld soja(schroot) vervangen in een rantsoen van bijvoorbeeld kippen, varkens en koeien. Hierboven is het proces schematisch weergegeven. Vers gras wordt eerst uitgeperst (extrusie), hierdoor ontstaat er een grassap dat verder opgesplitst kan worden in een eiwit- suiker- en mineralenfractie. Daarnaast ontstaat er een vezelfractie. Deze fractie kan direct in balen geperst worden en is geschikt als ruwvoer.

Door gras te raffineren kan de melkveehouderij een grote efficiëntieslag maken wat betreft de benutting van mineralen. De verschillende raffinageproducten kunnen elders worden ingezet waarbij de vezelfractie op het melkveebedrijf achterblijft. Dit biedt kansen voor het verlagen van de kosten van voer en mestafzet. Door het beter benutten van de producten komt het ook de benutting van nutriënten (N en P) ten goede op bedrijfsniveau. In de vezelfractie zouden nog voldoende voedingstoffen moeten zitten om een deel van het kuilgras in  het rantsoen te vervangen zonder afname van productie of diergezondheid.

Uit een haalbaarheidsstudie komt naar voren dat de technologie van het raffinageproces theoretisch, economisch en technisch haalbaar is. Om de theoretische haalbaarheid in de praktijk te testen zal in dit project het Grassa-grasraffinageproces met de 4e generatie machine in de praktijk gedemonstreerd worden bij twee melkveehouders, te noemen bedrijf A en bedrijf B.

Verschillende bioraffinageproducten worden geproduceerd waarbij het silageproduct – een vezelrijke fractie (OptiBAAL) – op het bedrijf zelf ingezet is ter vervanging van een deel van de normale graskuil. De inzet van OptiBAAL heeft in de vorm van een voerproef plaatsgevonden. Door inzet van OptiBAAL is praktijkervaring opgedaan, waarbij vooral mineralen (N en P) in de mest, melkgift en melksamenstelling van melkkoeien (bedrijf A) en groei van jongvee (bedrijf B) zijn vergeleken met melkkoeien respectievelijk jongvee die normale graskuil gevoerd krijgen. De resultaten van dit project worden binnenkort bekend gemaakt.