Op de bedrijven A en B (beide gelegen in Friesland) zijn groepsindelingen van dieren gemaakt voor respectievelijk melkvee en jongvee.

Resultaten bedrijf A

Bedrijf A beschikt over ca. 135 stuks melkvee, waarmee het mogelijk is de koppel te verdelen in twee vergelijkbare groepen, er is gekozen voor 2 groepen van ca. 36 dieren.

De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd voor de voerproef:

Wat is het effect van vervanging van graskuil door OptiBAAL op de melkgift en melksamenstelling en N en P in de mest van koeien (bedrijf A)?

Daarbij horen de volgende deelvragen:

  • Wat is het effect van het deels vervangen van kuilgras door OptiBAAL op de melk samenstelling en melkgift?
  • Wat is het effect van het deels vervangen van kuilgras door OptiBAAL op de samenstelling (N en P) van de mest?
  • Wat is het effect van het deels vervangen van kuilgras door OptiBAAL op de vertering van het rantsoen (mest)?
  • Wat is het effect van het deels vervangen van kuilgras door OptiBAAL op de conditie van de koeien?

De voerproef duurde 8 weken en ruim 14 % (DS-basis) van de graskuil is vervangen door de OptiBAAL. Deze vervanging vond plaats in de laatste 5 weken na een gewenningsperiode. Groep A was de controlegroep en Groep B de controlegroep waarbij graskuil is vervangen door OptiBAAL.

De volgende resultaten zijn naar voren gekomen uit de voerproef:

  • De melkproductie gedurende de hele proefperiode was numeriek hoger in de proefgroep (B) vergeleken met de controle groep (A). Dit resulteerde ook in een numeriek hogere productie van vet en eiwit voor de proefgroep gedurende de gehele voerproef. Melk-, vet- en eiwitproductie waren in week 6 van de voerproef significant hoger voor de proefgroep (B) vergeleken met de controlegroep (A).
  • De hoeveelheid ureum verschilde niet tussen proef- en controlegroep.
  • De toevoeging van OptiBAAL heeft niet geresulteerd in significante verschillen van stikstof en fosfaat in de mest van proefgroep en controlegroep.
  • Op basis van steekproeven is de mest van de dieren in zowel de proefgroep als de controlegroep beoordeeld op consistentie en vertering. Tussen de controlegroep en proefgroep zit geen verschil in de consistentie van de mest. Door middel van het zeven van de mest is de vertering beoordeeld. Daaruit zijn geen grote verschillen naar voren gekomen.
  • Gedurende het onderzoek is de conditie van de dieren op drie momenten beoordeeld. Daarmee is vastgesteld dat er geen verschil is in de conditieverloop tussen de proefgroep en de controlegroep.

Resultaten bedrijf B

Bedrijf B heeft ca. 35 stuks jongvee in meerdere leeftijdsgroepen die allen meedoen aan de voerproef.

De volgende onderzoeksvraag is geformuleerd voor de voerproef:

Wat is de groei van jongvee met een aandeel OptiBaal in het rantsoen vergeleken met de groei van jongvee op basis van in de praktijk gangbare groeicurves (bedrijf B)?

De volgende resultaten zijn naar voren gekomen uit de voerproef:

  • Wanneer 30% (DS-basis) van de graskuil wordt vervangen door de OptiBaal, is de groei van de groep jongvee in de leeftijdscategorie 9-15 maanden op 2 dieren na hoger of gelijk aan de maximale groei die te verwachten valt op basis van de groeicurves voor de verschillende rassen.
  • Wanneer 30% (DS-basis) van de graskuil wordt vervangen door de OptiBaal, is de groei van de groep jongvee in de leeftijdscategorie 16-23 maanden voor alle dieren hoger dan de maximale groei die te verwachten valt op basis van de groeicurves voor de verschillende rassen.
  • Voor beide groepen jongvee is een gemiddelde groei per dier per dag behaald van 1.1 kg voor de gehele proefperiode van 11 weken.